In dit werk onderzoek ik het contrast tussen overprikkeling en verstilling — twee werelden waar ik dagelijks tussendoor beweeg. Links stroomt het leven in volle snelheid: een muur van kleur, ritme, impulsen, gedachten en indrukken die zich zonder waarschuwing kunnen opstapelen. Het is de kant van ruis, van onrust, van alles willen vasthouden terwijl het door je vingers glipt.
Rechts opent zich het andere landschap: leegte. Stilte. Ruimte. Niet het niets, maar het nodige niets — het gebied waarin je weer kunt ademen, voelen, herstellen. Daar waar de lijnen verdwijnen maar de sporen blijven. Kleine vlekken en druppels herinneren eraan dat je de chaos nooit helemaal kwijtraakt, maar dat ze óók niet alles hoeft te bepalen.
Het werk gaat voor mij over het punt waarop je kiest om niet te verdrinken in de drukte, maar te durven leunen in de ruimte. Over het moment waarop het lawaai ophoudt — niet omdat de wereld stiller wordt, maar omdat jij een andere plek inneemt.
Code: 25-56
|
Er zijn nog geen beoordelingen.