Er is iets wat we allemaal gemeen hebben: we komen alleen op deze wereld en uiteindelijk gaan we ook weer alleen weg. Daartussenin doen we er van alles aan om dat vooral niet te hoeven voelen. We verzamelen mensen om ons heen, worden verliefd, krijgen kinderen, maken vrienden, werken, reizen, appen en vullen onze agenda’s. We zoeken verbinding, omdat we die nodig hebben. Maar misschien zit daaronder nog iets anders. Een soort stille ache. Sorry voor het Engelse woord hier, maar ik kon geen goede vertaling van dit woord vinden… Het is een soort pijn, een hartenkreet, een diep verlangen vanuit pijn om niet alleen te zijn. Een oerangst die we liever niet te lang aankijken. Want wie is er écht voor mij als ik iemand nodig heb? Wie blijft er als iedereen weer naar huis gaat? Wie laat mij nooit los?
Ik merkte dat onlangs weer. Ik had een relatie met een lieve vrouw. Voor mij was die relatie betekenisvol. En toen werd die relatie, vrij onverwacht en voor mijn gevoel ook nogal onverklaarbaar, beëindigd. En ineens was daar dat oude gevoel weer: zie je wel… uiteindelijk ben je helemaal alleen.
Natuurlijk weet ik dat dat niet letterlijk waar is. Ik heb lieve vrienden. Mensen die om me geven en bij wie ik terechtkan. Maar dat verandert niets aan het feit dat je je soms diep vanbinnen alleen kunt voelen. Ook als er mensen om je heen zijn.
Misschien zijn we daar allemaal wel heel goed in geworden: in het verdoven van dat gevoel. We vullen onze agenda’s. Zoeken afleiding. Scrollen. Werken. Gaan uit. Zoeken contact. En worden verliefd. Want verliefd zijn is misschien wel een van de krachtigste middelen tegen eenzaamheid. Stel dat ik volgende week een leuke vrouw ontmoet, we hebben een klik en het wordt iets moois. De wereld krijgt weer kleur. Ik kijk uit naar haar berichten, wil haar zien, mijn hoofd zit vol met haar. En dat gevoel dat ik nu heb, lijkt ineens verdwenen.
Maar is het dan echt weg?
Of heb ik het alleen maar weer even toegedekt?
Daar moet ik soms aan denken als ik naar het volk Israël in de Bijbel kijk. Steeds weer hetzelfde patroon: het gaat goed, ze vergeten God, gaan andere goden achterna, het gaat mis, ze roepen naar God, God redt hen… en zodra het weer goed gaat, begint het opnieuw. Soms denk ik: misschien zijn wij helemaal niet zo anders. Zolang het leven lekker loopt, hebben we God niet zo hard nodig. Als we verliefd zijn, als onze kinderen het goed doen, als we genoeg vrienden hebben, als we succesvol zijn, denken we al snel dat het leven prima is. Maar zodra er iets wegvalt, kijken we weer omhoog.
Dat herken ik pijnlijk goed in mezelf.
Ik geloof in God. Of misschien moet ik eerlijker zeggen: ik wil heel graag geloven dat God er is. Er zijn momenten waarop ik daar diep van overtuigd ben. Dan denk ik werkelijk: Hij ziet mij. Hij kent mij. Hij laat mij niet los. Op zulke momenten voelt dat geloof bijna tastbaar.
Maar net zo vaak ervaar ik daar helemaal niets van.
Dan bid ik en voelt het alsof ik tegen een plafond praat. Dan zeg ik tegen mezelf: God is bij je. Hij houdt van je. Je bent niet alleen. En ergens in mij klinkt dan een andere stem: Ja, maar hoe weet je dat eigenlijk?
En daar komt die fopspeen om de hoek kijken.
Soms vraag ik me namelijk af of mijn geloof niet gewoon een soort geestelijke fopspeen is. Een geruststellend idee dat ik mezelf geef omdat de werkelijkheid soms te hard is. God als antwoord op mijn angst om alleen te zijn. Een Vader die ik mezelf voorhoud omdat ik zo graag wil dat er iemand is die mij nooit verlaat.
Maar als het alleen maar een fopspeen is, waarom voelt het dan soms zo echt?
Waarom heb ik soms ineens die diepe overtuiging: er is een God. Hij ziet mij. Hij laat mij niet los. Waar komt dat vandaan? En waarom blijf ik, ondanks al mijn twijfel, steeds weer bij Hem uitkomen?
Misschien is dat wel het ingewikkelde van geloof: dat het niet hetzelfde is als voelen.
Ik heb soms gedacht dat geloven betekent dat je zeker bent. Dat je God voelt. Dat je vrede ervaart wanneer je bidt. Dat je eigenlijk voortdurend weet: Hij is hier. Maar misschien is geloven soms juist: ik voel U niet, maar ik blijf naar U zoeken. Ik begrijp U niet, maar ik blijf met U praten. Ik weet niet zeker of U mij vasthoudt, maar ik probeer mij toch aan U vast te houden.
Misschien is dat geen zwak geloof. Misschien is dat gewoon geloof.
En misschien hoef ik mijn eenzaamheid ook niet iedere keer op te lossen. Misschien hoef ik niet onmiddellijk een nieuwe liefde te vinden wanneer dat lege gevoel zich aandient. Misschien mag ik soms gewoon zeggen: ik voel me alleen.
En misschien mag ik daar zelfs aan toevoegen: God, ik voel U ook niet. Maar ik wil wel geloven dat U er bent.
Dat is eerlijker dan mezelf voortdurend met een geestelijke fopspeen in slaap te sussen.
Want misschien is geloof niet bedoeld om alle pijn weg te nemen. Misschien is het niet de verdoving van mijn eenzaamheid, maar juist de overtuiging dat mijn eenzaamheid niet het laatste woord heeft.
Dus ja, ik zit hier. Single. Met dat oude, vertrouwde gevoel dat zich weer aandient. En ergens in mij klinkt nog steeds: zie je wel… uiteindelijk ben je helemaal alleen.
Maar deze keer probeer ik niet meteen weg te rennen.
Ik probeer het gevoel even te verdragen. Niet meteen een nieuwe liefde te zoeken. Niet mijn agenda vol te plannen. Niet mijn telefoon te pakken om de stilte te verdrijven.
En dan zeg ik, soms bijna tegen beter weten in:
God, als U er bent… blijf dan bij me.
Ook als ik U niet voel.
Ook als ik twijfel.
Ook als ik het zelf bijna niet meer geloof.
Blijf.
Misschien zijn we inderdaad allemaal op een bepaalde manier alleen. Misschien is dat iets wat bij mens-zijn hoort en waar geen relatie, geen vriendschap en geen druk leven ons volledig van kan verlossen.
Maar misschien is alleen zijn iets anders dan verlaten zijn.
En misschien is dat uiteindelijk waar ik mijn hoop vandaan haal.
Niet uit de zekerheid dat ik nooit meer alleen zal zijn.
Maar uit de stille gedachte dat er, achter al mijn twijfel en ondanks alles wat ik niet begrijp, misschien toch Iemand is die zegt:
Je bent niet alleen. Ik ben er.
En misschien is dat geen fopspeen.
Misschien is het waar.


Geef een reactie