Dit werk gaat voor mij over de spanningslijn tussen chaos en orde, tussen richting en vrijheid. De heldere horizontale (of verticale) lijnen voelen als grenzen of sporen — alsof iets of iemand zich een weg probeert te banen door een groot, overweldigend vlak. De kleuren botsen, vloeien, zoeken. Soms lijkt het ritmisch, dan weer wild.
Of je het schilderij nu horizontaal ophangt — als een landschap waarin hemel en zee elkaar ontmoeten — of verticaal, als een stroom van energie die tussen muren door naar boven stijgt: het draait om beweging. Beweging binnen grenzen, maar ook de drang om eruit te breken. Dat herken ik in mezelf. In mijn herstel. In het leven.
25-34
|
Er zijn nog geen beoordelingen.