Som lijkt het alsof er een oude megafoon naast je oor ligt.
Zo’n roestig ding dat ruis versterkt tot iets dat alles overstemt.
En precies uit dat apparaat tettert een stem die je kleiner wil maken.
Een stem die zegt dat je niet genoeg bent.
Niet talentvol genoeg. Niet aantrekkelijk genoeg.
Dat je je dromen beter kunt opgeven,
“want dat lukt jou toch nooit.”
Die megafoon hoeft niet eens hard te staan —
het geluid ervan is scherp, indringend, moeilijk te negeren.
En toch is het goed jezelf dan één vraag te stellen:
“Van wie komt dit eigenlijk?”
Want die herrie, die luide leugens,
dát is niet de liefdevolle stem van God.
God spreekt anders.
Hij schreeuwt niet door metalen kegels.
Zijn stem is geen ruis, geen tetterende aanval.
Zijn stem klinkt meer als een zachte fluistering —
een stem die je bijna moet zoeken,
maar die, als je hem hoort, iets in je binnenste tot leven wekt.
Die fluistering herinnert je aan wat wáár is.
Lauren Daigle verwoordt dat prachtig in haar lied “You Say”,
waar ze zingt:
“You say I am loved when I can’t feel a thing…
You say I am strong when I think I am weak.”
— Lauren Daigle, You Say
Die woorden raken, juist omdat ze laten zien hoe groot het verschil is tussen de megafoon en de fluistering. De megafoon tettert: “Je bent niet genoeg.”
Maar Gods fluistering zegt: “Je bent geliefd.”
De megafoon zegt: “Je bent zwak.”
Maar God fluistert: “Je bent sterk.”
De megafoon zegt: “Je faalt altijd.”
God fluistert: “Ik houd je vast. Ik laat je niet los.”
Dat is de strijd waarin we dagelijks staan.
Niet tussen goed en kwaad op levensgroot niveau,
maar tussen ruis en waarheid,
tussen tetterende leugens en heilige fluisteringen.
Dus zet dat ding uit.
Leg de megafoon van de leugen van je af.
En richt je op de stem die niet wil breken, maar wil helen.
De stem die je herinnert aan wie je werkelijk bent.
Want ja, je hebt teleurstellingen meegemaakt. Je bent verraden, tekort gedaan of beledigt. Ja, er waren momenten waarop je tekort schoot.
Misschien hele seizoenen waarin de megafoon constant aan stond
en je dacht: dit wordt nooit meer wat.
Maar geen enkel seizoen,
geen enkele mislukking,
geen enkele ruis
heeft jouw identiteit veranderd.
Je bent nog steeds een kind van de Allerhoogste.
Nog steeds vol kracht. Nog steeds vol potentie.
Nog steeds geroepen om licht te brengen —
zelfs als de ruis in je hoofd je dat probeert te laten vergeten.
Geen fout, geen mislukking, geen zwakheid
kan iets afdoen aan jouw waarde.
Niet één.
Want Gods fluistering — al is zij zacht —
is altijd sterker
dan welke leugen door welke megafoon dan ook.


Geef een reactie