“Papa… wanneer komt de hond nou?”
Ze vragen het bijna elke week wel. De ene keer de ene dochter… Een volgende keer een andere… Met hoop in hun stemmen.
Alsof het antwoord elk moment kan veranderen.
En elke keer moet ik hetzelfde zeggen:
“Ik weet het niet, lieverd…”
En dat is misschien nog wel het moeilijkste.
Dat ik het hun niet kan uitleggen.
Ik sta inmiddels ruim tweeënhalf jaar op de wachtlijst voor een geleidehond. Twee en een half jaar!!
Wachten klinkt passief.
Maar dat is het niet.
Wachten is aanpassen.
Rekenen.
Voorzichtig zijn.
Dingen laten.
Hopen.
Elke dag opnieuw.
Deze week kreeg ik weer eens een mail van KNGF.
Een ‘wachtverzachter’ noemen ze die ironisch… Met uitleg.
Waarom het zo lang duurt.
Te weinig geschikte honden.
Strenge selectie.
Een match die tot in detail moet kloppen.
En ik snap het. Echt.
Dit is geen systeem dat je even opschaalt.
Dit gaat over vertrouwen.
Over veiligheid.
Over een hond die letterlijk jouw ogen wordt.
Maar begrip en gevoel lopen niet altijd gelijk op.
Want terwijl ik het snap…
voel ik ook iets anders.
Frustratie.
Omdat ik geen idee heb waar ik sta.
Omdat er geen volgorde is.
Geen nummer.
Geen eindpunt. Omdat ze op een of andere manier weigeren te zeggen, van ‘oke, het duurt nog 4 maanden’, of 14, niets…
Alleen maar wachten.
En tegelijk besef ik iets anders.
Ik heb nog nooit een hond gehad. Laat staan een geleidehond.
Ik weet niet eens precies wat er allemaal op me af gaat komen.
Een hond betekent verantwoordelijkheid.
Altijd.
Drie tot vijf keer per dag naar buiten.
In de regen.
In de storm.
Of als ik er gewoon geen zin in heb.
Het wordt intens.
Dat weet ik nu al.
En toch…
kan ik er ook zó naar verlangen.
Naar een maatje.
Een trouwe metgezel die altijd bij me is.
Iemand die niet uitlegt, maar er gewoon is. Wij hadden vroeger thuis nooit huisdieren… Tot mijn spijt, want ik heb er zeker wel om gezeurd… Om een hond… Maar mijn vader is extreem allergisch voor huisstofmijt, dus dat kon niet, was altijd het verhaal.
En nu…
ik heb er net zo veel zin in als mijn dochters.
Om te spelen.
Te stoeien.
Hem even vast te pakken en te voelen: je bent er.
Want een geleidehond is geen luxe.
Het is vrijheid.
Vrijheid om te bewegen zonder constante spanning. Zonder tegen palen aan te lopen of laaghangende takken (die zijn altijd het ergst!! Omdat ik ze ik niet kan voelen met mijn geleidestok, voelt dat altijd zó machteloos!)
Ik zie enorm uit naar de vrijheid om mijn wereld een beetje groter te maken.
Maar wat me raakte in het verhaal van KNGF,
is hoe zorgvuldig ze zijn.
Dat een match soms afhangt van kleine dingen.
Tempo. Geluid. Karakter.
En ineens draaide er iets.
Misschien wacht ik niet alleen.
Misschien is er ergens ook een hond
die op mij wacht.
Soms helpt die gedachte.
Soms ook helemaal niet.
Soms ben ik gewoon moe.
Van het wachten.
Van het aanpassen.
Van het niet weten.
Maar ik blijf hopen.
Niet omdat ik zo geduldig ben.
Maar omdat ik geloof
dat het moment dat het gebeurt… alles zal veranderen.
Dus ja…
ik wacht.
Al meer dan tweeënhalf freaking jaar!!.
En ik kan mijn dochters nog steeds niet vertellen wanneer hij komt.
Maar ik geloof dit:
Op een dag is hij (of zij!) er.
En dan begint er een heel nieuw leven. En God weet, hoeveel ik daar naar uit kijk!


Geef een reactie