Troost is niet: het wordt beter – maar: ik blijf bij je

Er zijn momenten waarop je geen woorden nodig hebt.
Of beter gezegd: waarop woorden tekortschieten.
Niet omdat er niets te zeggen valt,
maar omdat alles wat gezegd wórdt — niet landt.
Omdat het je niet verder helpt.
Omdat het eerder schuurt dan verzacht.

“Je moet het een plek geven.”
“Misschien heeft het zo moeten zijn.”
“Gelukkig heb je nog zoveel om voor te leven.”
“Kom op, je bent sterk.”
“Houd vol! Het komt vast goed!”

Goedbedoeld. Zeker.
Maar vaak zo vermoeiend.
Omdat het klinkt alsof je verder moet — terwijl jij nog niet eens overeind bent.
Alsof je verdriet er alleen mag zijn als het tijdelijk is.
Als het netjes afloopt.

Maar wat als het niet beter wordt?
Wat als je al járen wacht op een doorbraak — en alles wat je krijgt, is stilte?
Wat als je bidden voelt als praten tegen een muur?
Wat als je al zoveel verloren hebt, dat je bijna niet meer durft te hopen?

Ik weet hoe dat voelt.
Na mijn infarct.
Toen de wereld plotseling kleiner werd — en ik mezelf niet meer herkende.
Na de oplichting.
Toen ik mijn spaargeld, mijn vertrouwen én mijn zelfrespect in één klap kwijtraakte.
En opnieuw. En opnieuw.
Want het leven stopt niet met breken nadat je één keer gevallen bent.

In die momenten had ik geen behoefte aan advies.
Geen oplossing.
Geen opgewekte woorden die mijn donkerte moesten verjagen.

Wat ik nodig had,
was iemand die durfde te blijven.

Niet iemand die wist wat hij moest zeggen.
Maar iemand die het uithield.
Die in de ruimte bleef zitten die anderen ontweken.
Die naast me bleef als ik zelf wilde vluchten.
Iemand die zei:

Ik blijf bij je.

Niet: ik weet hoe het voelt.
Niet: ik ga het voor je oplossen.
Maar:
Ik blijf bij je.
In de leegte. In het niet-weten. In de chaos. In het verdriet.

En ik geloof dat dát troost is.
Geen antwoorden geven,
maar aanwezigheid bieden.

Geen weg wijzen,
maar een hand vasthouden.

Geen licht aansteken,
maar durven blijven zitten in het donker.

Ik blijf bij je.
En als jij niets meer weet om vast te houden — dan houd ik je even vast.
Niet om je te veranderen,
maar om je eraan te herinneren dat je het waard bent.
Ook hier.
Ook nu.

Ik hoop dat mijn kunst dat soms mag zijn.
Een vorm van nabijheid.
Een spiegel, misschien. Of een fluistering.
En wanneer ik spreek — in een zaal, een kerk, een klaslokaal —
dan hoop ik dat mensen dit meenemen:

Niet dat alles goed komt.
Maar dat je niet alleen bent.

Ik blijf bij je.
En soms is dat alles wat iemand nodig heeft om door te kunnen.

«
»

3 reacties op “Troost is niet: het wordt beter – maar: ik blijf bij je”

  1. henco van zijtveld

    Beste Jurjen
    Uit mijn hart gegrepen. Er worden veel slachtoffers gemaakt door predikers die verkondigen dat God alles oplost. Met God krijg je genezing, geluk, voorspoed. Een leven van halleluja ‘s.
    Wat een domper als God dat dan net bij jou niet doet. God is geen God die je kunt bellen met een lekke band en Hij komt langs en zegt: spring maar achterop ik breng je thuis.
    Hij wil wel naast je lopen en je mag uithuilen bij Hem.

  2. Anton Gouman

    Indrukwekkend. Ik ben er stil van.

  3. Zo ervaar ik dat ook.

    Daarom is ‘abide’ mijn lievelings woord. Abide in me. Abide with me.

    Goed om hier woorden aan te geven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *